slide-058-1600x400

Er zullen niet veel mensen zijn die niet bekend zijn met de term ‘astma’. Maar lang niet iedereen weet wat er bij astma precies in het lichaam gebeurt. Hoe vaak komt astma voor? Hoe zit het met de erfelijkheid ervan? Wat is het verschil tussen allergische prikkels en niet-allergische prikkels?  Wilt u de antwoorden hierop weten? Lees dan verder.

Hoe werken de longen?

De longen zorgen ervoor dat we kunnen ademhalen. De lucht die we inademen gaat door de mond en/of neus via de luchtpijp naar de kleinste luchtwegen waar het eindigt in de longblaasjes. Hier wordt de ingeademde zuurstof aan het bloed afgegeven en in het lichaam opgenomen. Een afvalproduct (koolzuurgas) wordt hier uit het bloed gehaald en uit het lichaam verwijderd bij het uitademen.

De wand van de luchtwegen bestaat uit 3 lagen; de buitenste laag is opgebouwd uit spierweefsel. De middelste laag is bindweefsel en de binnenste laag bestaat uit slijmvlies en trilhaartjes. Deze binnenste laag zorgt ervoor dat schadelijke stoffen uit de longen worden verwijderd.

De ademhalingsspieren zorgen ervoor dat de ribbenkast van uw kind kan uitzetten en inkrimpen tijdens het ademhalen. Inademen doen we actief met behulp van het middenrif, de belangrijkste ademhalingsspier. De tussenribspieren bieden hierbij ondersteuning. Uitademen gebeurt passief zodra de middenrif- en tussenribspieren zich weer ontspannen.

Wat is astma?

De luchtwegen van uw kind vormen de verbinding tussen de buitenwereld en de longen. De luchtwegen kunnen worden ingedeeld in de bovenste luchtwegen en de onderste luchtwegen. De bovenste luchtwegen bestaan uit het middenoor, de bijholten, neus, mond en keel. De onderste luchtwegen bestaan uit de luchtpijp, de bronchiën (kleine vertakkingen) en de long (weefsel en longblaasjes).

UMCG-Luchtwegen

Het woord astma komt uit het Oudgrieks en betekent ‘benauwdheid’ of ‘hijgen’. Vroeger werd astma ook wel ‘cara’ genoemd. Cara is de verzamelnaam voor de volgende drie aandoeningen: astma, chronische bronchitis en longemfyseem. Tegenwoordig wordt de term ‘cara’ eigenlijk niet meer gebruikt. Artsen maken nu een onderverdeling in astma en COPD. COPD bestaat dan uit de twee andere aandoeningen (chronische bronchitis en longemfyseem).

Heeft uw kind astma? Dan heeft hij/zij voornamelijk last van de onderste luchtwegen en is geboren met een aanleg voor deze aandoening. De klachten treden pas op wanneer uw kind in contact komt met bepaalde prikkels waar hij/zij overgevoelig voor is zoals bijvoorbeeld roken, huisdieren of bepaalde medicijnen. Ook een flinke verkoudheid of griep kunnen leiden tot een eerste uiting van de in aanleg al aanwezige astma.

Astma kan dus niet ‘zomaar’ ontstaan zonder dat de aanleg hiervoor aanwezig is. Astma is helaas ook niet te genezen, het is een chronische aandoening. Wel kunnen de klachten stabiliseren met medicijnen en in de loop van de tijd minder worden. Dit gebeurt dan meestal tijdens of na de puberteit. Vroeger werd dan gezegd “hij is eroverheen gegroeid’. Astma is meestal goed te behandelen en daarom kunnen verreweg de meeste mensen met astma een normaal en prettig leven leiden.

Prikkelbare luchtwegen

De klachten bij astma worden veroorzaakt door ontstekingen in de longen. Door deze (chronische) ontstekingen zijn vooral de kleine luchtwegen erg prikkelbaar. Het gladde spierweefsel rond de luchtwegen trekt samen en de slijmvliezen zwellen op en produceren meer slijm. Hierdoor worden de luchtwegen nauwer en ontstaan er ademhalingsklachten.

UMCG-Luchtwegen-astma-aanval

Door deze chronische ontstekingen wordt het ademen moeilijker en ontstaan benauwdheidsklachten. Daarnaast zijn veelgenoemde astmaklachten: een piepende ademhaling, hoesten en het opgeven van slijm.

Gelukkig kan de vernauwing met behulp van medicijnen ook weer verdwijnen. De vernauwing is ‘omkeerbaar’, artsen noemen dit ‘reversibel’. Met behulp van medicijnen lukt het meestal snel om de luchtwegen weer wijder te maken (luchtwegverwijders) zodat de klachten verdwijnen. Wel blijft dan de ontsteking bestaan. Bij een nieuwe prikkel kunnen de luchtwegen zich dan opnieuw vernauwen. Met medicijnen die tegen deze prikkels beschermen kan dit vaak, maar niet altijd worden voorkomen.

Allergische en niet-allergische prikkels

Bij kinderen met astma zijn de kleine luchtwegen (chronisch) ontstoken. De ontsteking zorgt ervoor dat de luchtwegen erg gevoelig zijn voor prikkels. Al bij de geringste prikkel vernauwen de luchtwegen zich terwijl andere mensen geen last hebben van dezelfde prikkels. Deze toegenomen gevoeligheid van de luchtwegen wordt ook wel hyperreactiviteit genoemd.

De kleine luchtwegen reageren dus snel op prikkels? Maar wat zijn dat dan voor prikkels? Er wordt onderscheid gemaakt tussen allergische prikkels en niet allergische prikkels.

  • Allergische prikkels (specifieke prikkels)
    Een allergische reactie is een overgevoeligheidsreactie van het immuunsysteem (afweersysteem) op lichaamsvreemde stoffen die normaal gesproken niet schadelijk zijn. De ‘lichaamsvreemde stoffen’ waar sommige mensen allergisch op reageren worden ook wel allergenen genoemd. Allergenen zijn stoffen die in het dagelijks leven zowel binnenshuis als buitenhuis voorkomen. Voorbeelden van allergenen zijn boompollen, graspollen, huisstofmijten en huisdieren. Allergische prikkels bij astma worden ook wel specifieke prikkels genoemd.
  • Niet-allergische prikkels (niet-specifieke prikkels) 
    Er bestaan ook prikkels die niks met een allergische aandoening te maken hebben, maar waar mensen met astma toch gevoelig voor zijn. Eigenlijk geldt voor dit soort prikkels dat ook mensen zonder astma hier last van kunnen hebben, maar mensen met astma zijn er veel gevoeliger voor. Voorbeelden hiervan zijn o.a. sigarettenrook en mist. Iedereen kan in een rokerige ruimte last krijgen van tranende en branderige ogen en benauwdheid, maar mensen met astma reageren veel sterker, ze zijn ‘hyperreactief’. Niet-allergische prikkels bij astma worden ook wel niet-specifieke prikkels genoemd.

Hoe vaak komt astma voor?

Astmaklachten ontstaan vaak op jonge leeftijd maar ze kunnen zich ook pas op latere leeftijd voordoen. Astma komt bij vrouwen vaker voor dan bij mannen, behalve op kinderleeftijd, dan komt het juist vaker voor bij jongens dan bij meisjes. In Nederland wordt bij kinderen de diagnose astma het meest gesteld bij jongens tussen de 0 en 9 jaar. In Nederland zijn er zo’n 300.000 kinderen met astma. Eén op de tien schoolgaande kinderen (10%) heeft astma, dat betekent dat in een gemiddelde schoolklas 2 à 3 kinderen astma hebben.

Astma is de meest voorkomende chronische aandoening bij kinderen. Kinderen kunnen in de puberteit minder last krijgen van hun klachten, maar astma is niet te genezen. De aanleg voor astma blijft bestaan waardoor de klachten weer terug kunnen komen. Er is lange tijd een stijging gezien in het aantal patiënten met astma, nu blijft het aantal astmapatiënten ongeveer gelijk.

Erfelijkheid van astma

Als astma in de familie ( bij de ouders) voorkomt, is de kans dat een kind astma ontwikkelt 20-30%. Wordt een kind geboren in een gezin waarbij de ouders geen astma hebben dan is de kans op het ontwikkelen van astma ongeveer 8%.

Er is uit tweelingonderzoek in Nederland bekend dat ongeveer 50 tot 60% van astma erfelijk is. Maar het tot uiting komen van astma is een combinatie tussen erfelijkheid en omgevingsfactoren. Erfelijkheid is dus niet de enige oorzaak van astma.