Bezoek adres:
Beatrix Kinderziekenhuis UMCG
Hanzeplein 1
9713 GZ Groningen
T 050 – 361 6161

Voedselprovocatie

Home/Over allergie/Diagnostiek/Voedselprovocatie
Voedselprovocatie 2017-05-18T21:32:58+00:00

slide-051-1600x400

Of uw kind mogelijk een voedselallergie heeft, kan worden vastgesteld met een voedselprovocatie test. Dit kan met een open of dubbelblinde placebo gecontroleerde voedselprovocatie test gebeuren. De enige manier om voedselallergische klachten te behandelen is het vermijden van dat voedingsmiddel. Het is alleen niet eenvoudig om duidelijk te bepalen welke voedingsmiddelen inderdaad klachten veroorzaken.

Vaak worden bloedonderzoek en/of huidtesten gebruikt om te bepalen welke voedingsmiddelen klachten veroorzaken. In het UMCG worden deze onderzoeken wel als aanvulling gebruikt, maar ze zijn niet betrouwbaar genoeg om een zekere diagnose te stellen. De voedselprovocatie is de beste manier om vast te stellen welke voedingsmiddelen allergische klachten veroorzaken en welke voedingsmiddelen zonder problemen gegeten kunnen worden. De voedselprovocatie wordt uitgevoerd in het Kinder Functiecentrum.

Voorafgaand aan een voedselprovocatie

Uw kind krijgt voorafgaand aan de voedselprovocatie een oproep voor een afspraak bij de diëtist. Ook wordt uw kind gevraagd om voorafgaand aan de test bloedonderzoek te laten uitvoeren. Dit is nodig om het bloed te onderzoeken naar de gevoeligheid voor het voedingsmiddel waarmee de provocatietest uitgevoerd gaat worden. Met dat voedingsmiddel wordt ook een priktest gedaan. Dit kan gebeuren op de dag van de provocatietest.

De voedselprovocatie

Bij een provocatietest eet uw kind voedsel onder gecontroleerde omstandigheden. Het eten wordt voorzichtig en gedoseerd gegeven en toont aan dat uw kind wel of niet reageert op de verschillende voedingsmiddelen. Hierbij wordt geprobeerd de reacties zo mild mogelijk te laten verlopen. Al bij de eerste klachten wordt gestopt met de voeding.

Het duidelijke (ondubbelzinnige) bewijs dat een voedingsmiddel de klachten veroorzaakt, kan het beste gebeuren met de zogenaamde ‘dubbelblinde placebo gecontroleerde voedselprovocatie’.

De dubbelblinde placebo gecontroleerde voedselprovocatie

fc0247-smallDe dubbelblinde placebo gecontroleerde voedselprovocatietest is de meest betrouwbare manier om aan te tonen of een voedingsmiddel inderdaad de oorzaak is van de klachten.

Tijdens deze test krijgt uw kind op twee verschillende dagen eten aangeboden. Op één van de dagen zit het verdachte voedingsmiddel in het eten, op de andere dag van de test ontbreekt dit voedingsmiddel. Het verdachte voedingsmiddel wordt verborgen in voeding waar uw kind wel tegen kan. Op het moment van het testen weet niemand op welke dag het verdachte voedingsmiddel wordt gegeven. Zowel u, uw kind als de arts en verpleegkundigen rondom de test zijn ‘blind’ voor het gegeven materiaal, vandaar de naam ‘dubbelblind onderzoek’. Dit zorgt ervoor dat er zonder vooroordeel gekeken kan worden wat er gebeurt. Dit levert de meest betrouwbare resultaten op. De code van iedere voeding wordt pas na afloop van de gehele onderzoeksprocedure bekend.

De voedingsmiddelen die voor de provocatie worden gebruikt, zijn speciaal voor dit doel ontwikkeld en worden gemaakt op de dag dat uw kind komt. Uw kind krijgt eerst een kleine hoeveelheid, soms een zeer kleine hoeveelheid te eten, die als veilig wordt beschouwd. Hierna wordt er geleidelijk, meestal om de 30 minuten, meer van het verdachte voedingsmiddel gegeven.

De uitslag en het vervolg

Twee dagen na elke testdag wordt u gebeld om te horen of er verlate reacties zijn geweest. Na de tweede belafspraak hoort u op welke dag het verdachte voedingsmiddel is gegeven en wordt het vervolg besproken. Het doel van de test is een zo helder mogelijk beeld te krijgen van welke voedingsmiddelen gebruikt kunnen worden en welke voedingsmiddelen uw kind moet vermijden. Aan het eind van het onderzoek krijgt uw kind een dieetadvies.

Als de uitslag duidelijk is, worden ook afspraken gemaakt voor eventueel vervolgonderzoek. Dit vervolgonderzoek kan bijvoorbeeld het herhalen van de test zijn, om te beoordelen of de allergie na verloop van tijd is afgenomen en/of verdwenen.

fc0135-smallDe voedselprovocatie-unit

In het functiecentrum in het Beatrix Kinderziekenhuis is een voedselprovocatie-unit. Dit is een speciale ruimte waar alles aanwezig is om de voedselprovocatietest veilig en zorgvuldig uit te voeren. Hierbij wordt rekening gehouden met onder andere de ernst van de reacties op dit voedingsmiddel in het verleden. Wat er met uw kind gebeurt, wordt nauwkeurig geregistreerd waardoor een optimale veiligheid kan worden gegarandeerd.

De risico’s en nadelen van een voedselprovocatie

Het doel van de provocatietest is vast te stellen of het voedingsmiddel een allergische reactie veroorzaakt. Vanzelfsprekend wordt geprobeerd om reacties te beperken door vooral de aanvangshoeveelheid heel klein te maken. Toch bestaat de kans dat uw kind een forse reactie krijgt. Dit is de reden dat dit onderzoek in het ziekenhuis plaatsvindt en er voorzorgsmaatregelen zijn genomen om optredende klachten zo goed mogelijk op te vangen. Na jaren ervaring zijn er nog geen kinderen geweest die gevaarlijke reacties op de test hebben gehad. Wel kan een ractie voor uw kind (en voor u) erg onaangenaam zijn. In zo’n geval wordt uw kind met medicijnen behandeld.

Daarnaast is het onderzoek tijdrovend; meestal wordt er tweemaal een ochtend besteed aan het uitvoeren van de provocatietest.

De voordelen van een voedselprovocatie

Het grootste voordeel van de provocatietest is, dat het de enige goede manier is om duidelijk te maken welke invloed voeding heeft op de klachten van uw kind.