Bezoek adres:
Beatrix Kinderziekenhuis UMCG
Hanzeplein 1
9713 GZ Groningen
T 050 – 361 6161

Longfunctieonderzoek

Home/Over allergie/Diagnostiek/Longfunctieonderzoek
Longfunctieonderzoek 2017-05-18T21:32:58+02:00

slide-050-1600x400

Om te kunnen leven heeft uw kind zuurstof nodig en daarbij zijn de longen onmisbaar. De longen nemen zuurstof op uit de lucht en geven dit door aan het bloed. Het bloed neemt zuurstof mee naar organen en spieren, die dit  nodig hebben om te kunnen functioneren. Daar wordt de zuurstof verbruikt en komt een afvalstof (= koolzuurgas) vrij. Het bloed vervoert het koolzuurgas vervolgens terug naar de longen. Daarna ademt uw kind het koolzuurgas uit. Bij longfunctieonderzoeken wordt het functioneren van de longen gemeten.

De behandelend arts kan ervoor kiezen om longfunctieonderzoek bij uw kind uit te laten voeren. Met verschillende longfunctietesten kan de werking van de longen worden gemeten. Welke longfunctieonderzoeken uw kind krijgt, hangt af van de klachten. Het kan gebeuren dat degene die het onderzoek afneemt bij uw kind (de longfunctie-analist) tijdens het onderzoek besluit om extra onderzoek te doen of juist minder.

Het longfunctieonderzoek vindt plaats op de polikliniek van het Beatrix Kinderziekenhuis.

Hoe wordt een longfunctieonderzoek uitgevoerd?

Bij het longfunctieonderzoek wordt de lengte en het gewicht van uw kind gemeten. Er wordt tijdens het longfunctieonderzoek door een mondstuk in- en uitgeademd. Dit mondstuk lijkt op het mondstuk van een snorkel en is aangesloten op een longfunctieapparaat. De neus van uw kind wordt dichtgehouden met een klemmetje om er zeker van te zijn dat uw kind alleen via de mond ademt.

Bij elk van de longfunctieonderzoeken wordt iets anders gemeten, dit betekent dat uw kind soms rustig moet ademen en soms de adem moet inhouden of juist heel hard moet uitblazen. Wat er van uw kind verwacht wordt, wordt tijdens het onderzoek allemaal verteld door de longfunctie-analist.

Er bestaan verschillende soorten longfunctieonderzoeken. Enkele voorbeelden zijn:

  • fc0638-smallFlow-volume onderzoek
    Bij dit onderzoek wordt gemeten hoeveel lucht uw kind kan in- en uitademen en hoe hard. Bij dit onderzoek kan ook de reactie op luchtweg verruimende medicijnen worden getest. Uw kind neemt dan een bepaald medicijn in en als de inwerktijd is verstreken, doet uw kind het onderzoek opnieuw.
  • Longvolumina onderzoek
    Bij dit onderzoek wordt gemeten hoeveel lucht de longen van uw kind bevatten.
  • Bodybox onderzoek
    Bij dit onderzoek wordt gemeten hoeveel lucht de longen van uw kind bevatten en hoeveel moeite het uw zoon of dochter kost om gewoon te ademen. Uw kind zit tijdens dit onderzoek in een soort glazen telefooncel.
  • Diffusie onderzoek
    Bij dit onderzoek wordt gemeten hoe snel de zuurstof vanuit de longen van uw kind in het bloed wordt opgenomen.
  • Metacholine provocatietest
    Tijdens dit onderzoek wordt de gevoeligheid van de longen van uw kind gemeten.

Wat belangrijk is voor uw kind (en voor u) om te weten, is dat het longfunctieonderzoek géén pijn doet en de onderzoeken tussen een half uur en anderhalf uur duren. U kunt gedurende de onderzoeken bij uw kind blijven.

Wat u moet weten vóór het longfunctieonderzoek?

Knellende kleding kan de ademhaling en daarmee de uitslag van het onderzoek van uw kind beïnvloeden. Wilt u er daarom voor zorgen dat uw kind geen knellende kleding draagt tijdens het longfinctieonderzoek.

Bepaalde medicijnen kunnen de uitslag van het longfunctieonderzoek beïnvloeden. Om een betrouwbaar resultaat te krijgen, is het van belang dat uw kind stopt met het innemen van onderstaande medicijnen voor het onderzoek. Heeft uw kind toch één van deze medicijnen ingenomen, meldt dit dan voorafgaand aan het onderzoek.

Uw kind moet 4 uur vóór het onderzoek de volgende medicijnen niet meer innemen:

tabel-002

Uw kind mag 12 uur vóór het longfunctieonderzoek de volgende medicijnen niet meer innemen:

tabel-003

Uw kind mag 24 uur vóór het longfunctieonderzoek géén Spiriva (tiotropium) gebruiken:

Andere medicijnen als Alvesco®, Flixotide®, Pulmicort® en Qvar® kunnen wel gebruikt worden, tenzij de arts van uw kind anders heeft aangegeven.

Wanneer de arts vermoedt dat uw kind een allergische aandoening heeft na het afnemen van de anamnese en het longfunctieonderzoek kan er eventueel aanvullend onderzoek worden gedaan. Dit kan zijn een bloedonderzoek, een huidtest of een voedselprovocatie. In veel gevallen zal het een combinatie van verschillende onderzoeken zijn die samen voor de uiteindelijke diagnose zorgen.